Vier jaar geleden stond het Udens College op een kantelpunt. De onderwijskwaliteit stond onder druk en zwaarder toezicht dreigde. Onder leiding van directeur Miel Smits koos de school bewust voor een andere koers. In samenwerking met Groeikracht bouwden de docenten van de onderbouw stap voor stap aan een sterke onderzoeks- en verbetercultuur, gebaseerd op draagvlak, eigenaarschap en haalbare doelen. In dit interview vertelt hij hoe kleine stappen grote betekenis kregen en wat andere scholen hiervan kunnen leren.

Het Udens College zocht naar een duurzame aanpak die past bij de school en het team. De opdracht vanuit het bestuur was helder: breng de onderwijskwaliteit weer op niveau. ‘We vroegen ons af: wat hebben we nodig en welke aanpak past bij onze school?’, vertelt Smits. ‘In gesprekken met collega’s kwam steeds vaker de naam Groeikracht voorbij. Een collega had er eerder mee gewerkt. Wat ons aansprak, is dat Groeikracht zich richt op het ontwikkelen van een onderzoeks- en verbetercultuur die past bij de school zelf.’

Dat leidde tot een verkennend traject met Groeikracht. De schoolleiding was al snel overtuigd, maar Groeikracht stelde meteen een duidelijke voorwaarde, legt Smits uit. ‘Onze ‘ja’ was niet genoeg. We konden alleen starten als er ook draagvlak was in het team.’

Draagvlak als startpunt voor een succesvolle onderzoeks- en verbetercultuur

Daarom werd een draagvlaksessie georganiseerd met alle docenten van het Udens College. ‘We spraken heel expliciet af: als er geen draagvlak is, stopt het hier.’ Dat moment was bepalend. Er bleek namelijk geen draagvlak te zijn in de hele school, maar wel bij de onderbouw. Daar zagen collega’s Groeikracht echt als een kans om samen aan onderwijskwaliteit te werken.

Dat commitment maakte het verschil. ‘We zijn het traject daarom gestart in de onderbouw. Doordat collega’s vanaf het begin achter het proces stonden, werd het geen opgelegd traject, maar iets van henzelf. Dat heeft enorm geholpen.’

Kleine docententeams versterken eigenaarschap en verantwoordelijkheid

De manier waarop de onderbouw is georganiseerd, bleek ook goed aan te sluiten bij de Groeikracht-methodiek. ‘Wij werken in de onderbouw met domeinen: kleine teams van twaalf tot vijftien docenten uit verschillende secties die samen verantwoordelijk zijn voor een groep leerlingen. Elk domein heeft een vaste groep leerlingen en een domeincoach die het proces van de docenten begeleidt en de doelen volgt.’

Binnen die structuur werken teams aan eigen doelen, die bijdragen aan de schoolbrede ambities. ‘Juist doordat teams werken aan eigen, intrinsiek gemotiveerde doelen in kleine, vaste docententeams wordt eigenaarschap mogelijk.’

Focus en ritme: werken aan onderwijsverbetering met haalbare doelen

Vervolgens richtte het team een structuur in die goed aansloot bij de bestaande werkwijze met kleine teams, domeinen en procesbegeleiders. In de praktijk betekende dit een vast ritme. ‘Elke dinsdag hadden we korte bordsessies en eens per twee à drie weken een langere werksessie. In het begin was dat echt zoeken: hoe doe je dit efficiënt? Hoe bereid je je goed voor?’

Naast het inrichten van de structuur bracht de schoolleiding focus aan. ‘Afgelopen schooljaar lag de nadruk op de leerling in beeld houden en werken volgens de PDCA-cyclus,’ vertelt Smits. ‘Elke acht weken keken we tijdens toetsweken hoe leerlingen ervoor stonden en welke interventies nodig waren. Daarnaast werkten we aan taalbeleid en het pedagogisch klimaat.’

Leiderschap dat meebeweegt: ook de schoolleiding werkt met Groeikracht

Een bewuste keuze was dat ook het managementteam zelf met Groeikracht ging werken. ‘Wij hebben als MT ook meerdere Groeikracht-sessies gedaan. Dat gaf een sterke parallel met wat de docenten deden.’

Die ervaring bleek belangrijker dan vooraf gedacht. ‘We onderschatten de kracht van de methodiek. Pas toen we het zelf ervaarden, zagen we hoe efficiënt en helpend het is. Daardoor begrijpen we elkaar nu beter en spreken we dezelfde taal als het gaat om kwaliteit en verbetering.’

Meer samenwerking, eigenaarschap en betere resultaten

Waar staat de school nu? ‘De basis is op orde,’ zegt Smits. ‘De resultaten zijn verbeterd en de onderbouw functioneert veel meer als één team. We werken doelgerichter, cyclischer en zijn kwaliteitsbewuster.’

Concreet ziet Smits vooral verandering in de teams’. ‘Je werkt echt samen aan één doel en dat is dagelijks onderwerp van gesprek. Mensen werken hierin samen en trekken veel meer met elkaar op. Het eigenaarschap groeit. Waar eerst het doel vooral bij enkele individuen lag, zie je nu dat collega’s zelf verantwoordelijkheid nemen en in subteams aan doelen werken’.

Ook in de schoolleiding is beweging ontstaan. ‘We vinden elkaar makkelijker in het gesprek over kwaliteit. We werken gestructureerder en staan vaker stil bij kleine successen. Dat helpt om het behapbaar te houden en daadwerkelijk vooruitgang te boeken.’

Draagvlak en schoolontwikkeling

Tegelijkertijd is Smits zich bewust van de uitdagingen. De bovenbouw heeft niet voor groeikracht gekozen, het draagvlak ontbrak.’ vertelt Smits. ‘Dat maakt dat er verschillende methodieken in de school aanwezig zijn, wat het lastig maakt om schoolbrede doelen op eenzelfde wijze volledig door te trekken’.

Kleine stappen met grote impact op teamontwikkeling

Als Smits terugkijkt naar het Groeikrachttraject, zijn er twee dingen die hem het meest hebben verrast. Ten eerste: ‘Je kunt met eenvoudige, goed doordachte werkvormen teams snel brengen naar gezamenlijk eigenaarschap en collectieve verantwoordelijkheid.’ Ten tweede: het werken met kleine doelen. ‘Niet alles tegelijk willen, maar behapbare stappen zetten, successen boeken en die samen vieren. Dat is enorm helpend.’

Ook iets ogenschijnlijk kleins als in- en uitchecken blijkt waardevol. ‘Even stilstaan bij hoe iedereen erbij zit, wat gelukt is en wat niet. Het kost weinig tijd, maar vergroot de betrokkenheid enorm.’

Groeikracht borgen en verder ontwikkelen

Voor het Udens College loopt het Groeikracht traject na twee jaar bijna af. In het voorjaar wordt bepaald hoe het traject wordt vervolgd. ‘Wat zeker is: we blijven deze werkwijze gebruiken in de onderbouw. Het past bij wie we zijn en helpt om onze doelen echt waar te maken.’ De vraag of en hoe de aanpak wordt uitgebreid naar de rest van de school ligt nog open.

Tot slot heeft Smits een duidelijke boodschap voor scholen die twijfelen om met Groeikracht te starten. ‘Verdiep je goed en zorg als schoolleiding voor volledig commitment. Forceer niets. De draagvlaksessie is cruciaal. Als er geen draagvlak is, is dit niet de juiste weg. Maar als het er wél is, kan Groeikracht veel brengen. Willen jullie werken aan betrokkenheid, verbinding en een sterke onderzoeks- en verbetercultuur met kleine, haalbare stappen? Dan kan deze methodiek enorm veel opleveren.’