Hoe zorg je ervoor dat leraren elkaar feedback geven, samen zoeken naar oplossingen en verantwoordelijkheid nemen voor verbeteringen in de school? Op Kindcentrum Talma in Rotterdam vonden ze in Groeikracht een aanpak die daarbij helpt. Directeur Monique Degeling vertelt hoe vaste momenten voor overleg en reflectie zorgen voor meer betrokkenheid in het team en hoe die manier van werken inmiddels een vanzelfsprekend onderdeel van de school is geworden.
Toen Monique Degeling twaalf jaar geleden directeur werd van Kindcentrum Talma in Crooswijk, kende ze de school al door en door. Ze werkte er toen tien jaar als leerkracht en is inmiddels al 22 jaar aan de school verbonden. In die jaren zag ze niet alleen de school, maar ook de wijk veranderen.
Kindcentrum Talma, met ongeveer 400 leerlingen, ziet zichzelf als een belangrijk onderdeel van de wijk. De school wil een goede afspiegeling van de wijk zijn en betrekt de omgeving daarom actief bij het onderwijs. ‘Je bent niet alleen leerling op school, maar ook een actieve deelnemer in de wijk. Juist daar leer je misschien wel de belangrijkste lessen.’
Waarom Kindcentrum Talma koos voor Groeikracht
Hoewel Kindcentrum Talma al goed presteerde, stelde Monique zichzelf en haar team de vraag hoe het onderwijs nóg beter kon. De school werkte onder andere al met leren zichtbaar maken, collegiale consultaties en datagestuurd werken. Toch voelde ze dat er nog meer mogelijk was.
‘We waren op zoek naar een stukje kwaliteit. Hoe zorg je ervoor dat de leerlingcultuur én de professionele cultuur van leraren op orde zijn en zich verder ontwikkelen?’
Omdat het schoolbestuur SARO actief inzet op een verbetercultuur bij alle scholen, was Groeikracht een logische keuze voor Monique. Wat haar direct aansprak, was de focus op eigenaarschap en professionele autonomie. Monique zag een betrokken team dat graag verantwoordelijkheid wilde nemen en vooral meer met elkaar in gesprek wilde over onderwijs. ‘Ze wilden meer met elkaar in gesprek over de onderwijsinhoud. Dat is toch ook de basis waarom je dit doet?’
Groeikracht helpt daarbij door teams op vaste momenten samen te laten kijken naar wat goed gaat, waar uitdagingen liggen en welke volgende stappen nodig zijn. Zo ontstaat er meer ruimte om van en met elkaar te leren en samen verantwoordelijkheid te nemen voor verbeteringen.
‘We vonden in Groeikracht precies wat we nodig hadden: een prettige manier van samenwerken waarin mensen elkaar weten te vinden en weer verantwoordelijkheid nemen.’
Wat heeft Groeikracht het team opgeleverd?
Het eerste jaar Groeikracht zit er inmiddels bijna op voor Kindcentrum Talma. Monique vertelt dat ze heel tevreden is met de opbrengsten tot nu toe. Door de vaste ritmiek van bordsessies en werksessies ontstaat ruimte voor dialoog en feedback. Teamleden leren van elkaar, spreken elkaar aan en vieren samen successen.
Ook ziet ze dat meer collega’s hun stem laten horen. ‘Collega’s die je normaal gesproken wat minder hoort, komen nu meer tot hun recht. Ze worden gezien, gehoord en spreken zich meer uit!’
Dat versterkt volgens haar ook het gezamenlijke verantwoordelijkheidsgevoel. ’Dit is waarom we dit met elkaar doen: we willen allemaal het beste voor onze leerlingen.’
Maar Groeikracht vroeg niet alleen iets van het team, ook van Monique zelf als directeur. Waar ze voorheen snel in de actiestand schoot om zaken op te lossen, leerde ze juist vaker ruimte te geven aan het team. ‘Soms moest ik echt op mijn handen zitten’, vertelt Monique. ‘Niet meteen zelf met oplossingen komen, maar vertrouwen op het proces en op de kracht van het team.’ Die verandering past goed bij de gedachte achter Groeikracht: iedereen is voortdurend aan het leren, van leraren tot schoolcoaches en ook de directeur en adjunct-directeur.

Commissiebezoek Nationaal Groeifondsproject Ontwikkelkracht bevestigt ontwikkeling
Op 21 mei kreeg de school bezoek van de commissie van het Nationaal Groeifondsproject Ontwikkelkracht. Na een presentatie over de ervaringen met Groeikracht woonde de commissie ook een bordsessie bij.
Voor het team was dit een spannend moment, want er keken ongeveer twintig mensen mee. Tijdens de bordsessie werd duidelijk dat de werkwijze inmiddels echt onderdeel is geworden van de schoolcultuur. ‘Op een gegeven vergaten ze de omgeving en zag je hoe de werkwijze was ingebed in hun manier van werken: in de manier waarop ze elkaar aanspreken, enthousiasmeren, tips geven en zich kwetsbaar opstelden’, vertelt Monique.
Volgens Monique liet de sessie zien hoe leraren elkaar feedback geven, samen zoeken naar oplossingen en verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen ontwikkeling en die van het team.
Tijdens de bordsessie kwam bijvoorbeeld een doel aan bod dat net niet was behaald. In plaats van te focussen op wat niet gelukt was, ontstond een gesprek over de volgende stap. ‘De vraag was toen: hoe gaan we dat alsnog bereiken met elkaar? En daar ontstond zo’n mooi gesprek over.’
Juist dat maakte indruk op de aanwezigen. Niet omdat alles perfect verliep, maar omdat zichtbaar werd hoe het team gezamenlijk werkt aan verbetering.
Voor Monique was het bezoek een bevestiging van de ontwikkeling die de school heeft doorgemaakt. ‘Dat maakte mij heel trots. Dit is waar we met elkaar voor werken.’
De volgende ontwikkelstap voor Kindcentrum Talma
Nu de basis staat, verschuift de aandacht naar meer inhoudelijke onderwijsthema’s. Komend jaar werkt de school onder meer aan taalverzorging, rekenen en burgerschap.
Daarnaast wordt verder gewerkt aan het versterken van datagebruik, de rol van coaches en het verfijnen van de ritmiek binnen de school.
Welk advies heeft Monique voor andere scholen?
Voor scholen die Groeikracht overwegen heeft Monique een duidelijke boodschap. ‘Doe het!’ Wel benadrukt ze dat draagvlak essentieel is. ‘Je moet het wel met z’n allen willen.’
Haar advies is om te starten met een thema dat niet direct de grootste inhoudelijke uitdaging vormt, zodat het team eerst de werkwijze eigen kan maken. Daarnaast vraagt de aanpak om goede begeleiding van de schoolcoaches en aandacht voor de mensen die het proces trekken. ‘Blijf benoemen: fijn dat je dit doet. Wat heb je nodig? Waar loop je tegenaan?’
Ondanks de intensiteit van het starttraject ziet ze vooral de opbrengsten voor het team. ‘Geniet van wat het je team brengt, vier de successen samen. Dat is echt gaaf.’